Publicaties

NMC Bright: Luiken openzetten voor een betere jeugdopleiding

Het Kwaliteit- & Performance Programma is het nieuwe model van de KNVB & NMC Bright om verenigingen te ondersteunen met (voetbaltechnisch) jeugdbeleid. Het richt zich op het doorlichten en ontwikkelen van jeugdopleidingen, waarbij clubs een certificaat kunnen behalen op één van de vier ambitieniveaus (lokaal, regionaal, nationaal of internationaal). Het geeft verenigingen handvatten en concrete aanbevelingen om de jeugdopleiding verder te verbeteren.

Steeds meer amateurclubs maken gebruik van de diensten. Nick Veenbrink is namens NMC Bright veelal betrokken bij de doorlichting bij de amateurs. ‘Veel clubs zijn ambitieus en willen een stap vooruit zetten door met een herkenbaar eerste elftal te spelen waar een groot percentage uit de eigen opleiding komt. Maar verenigingen worstelen daar soms mee. Hoe krijg je het voor elkaar om 75 procent van je eerste elftal te laten bestaan uit zelf opgeleide spelers? Wij richten ons op die clubs waar talentontwikkeling centraal staat.’
Volgens Veenbrink zijn dat er steeds meer. ‘Be Quick 1887 uit Haren is een mooi voorbeeld van een vereniging die zich stevig wil positioneren met hun jeugdopleiding. Zij hebben ook deelgenomen aan ons programma. In alle geledingen van die club merk je een sterke focus op de jeugdopleiding. Destijds was het zo dat er ook 70 procent van de selectieteams uit eigen kweek bestond.’

‘Veel amateurclubs zijn ambitieus om met een herkenbaar 1e elftal te spelen.’

Om deel te nemen aan het programma betalen clubs zo’n drieduizend euro, waarvan ongeveer tweederde wordt betaald door de KNVB. ‘De eigen bijdrage is zo’n 1.100 euro’, zegt directeur Wouter Kuperus van NMC Bright.
In de doorlichting worden verenigingen tegen de standaarden van vier niveaus gehouden. Kuperus: ‘We hebben kwaliteitsstandaarden op internationaal, nationaal, regionaal en lokaal niveau. Amateurclubs krijgen te maken met de laatste twee categorieën. Als een vereniging een lokale status wil hebben zetten we ze af tegen de standaarden die daarbij horen.’

Knoppen draaien
Volgens Kuperus bestaat het programma, dat zo’n twee tot drie maanden duurt, uit drie stappen. ‘Ten eerste kijken we wat je ambitie is. Dan houden we een audit om te kijken waar je staat. En vervolgens helpen wij je samen met experts om te kijken wat je kunt doen om jezelf te verbeteren.’
Het programma is niet voor iedere vereniging meteen geschikt. Veenbrink: ‘Als clubs interesse hebben, kunnen ze met ons contact opnemen. Dan gaan we eerst een oriënterend gesprek voeren met zo’n vereniging. Dat is voor mij al een eerste toetsmoment. Neemt een bestuurder of een hoofd jeugdopleiding deel aan die bijeenkomst? En als dat zo is, kunnen we rustig praten of wordt zo’n man of vrouw gestoord om brandjes te blussen? Moet hij of zij zijn sleutelbos een paar keer afgeven, omdat iemand een deur niet kan openen? Allemaal heel herkenbare situaties binnen amateurclubs. Maar wie aan ons programma wil deelnemen moet al wel haar organisatie op orde hebben. Het instapniveau voor de lokale toetsing heeft al best wat criteria. Daarom is het programma ook niet voor iedereen. En dat hoeft ook helemaal niet. De ene club wil zich positioneren met een goede jeugdopleiding, de andere vereniging is juist weer sterk in hun maatschappelijke betrokkenheid. Er bestaat geen goed of fout.’

‘Verenigingen krijgen ook een certificaat. Daarmee kunnen ze iedereen laten zien dat ze het programma succesvol hebben doorlopen. De één plaatst die pontificaal bij de entree, de ander hecht er geen waarde aan.’

Als verenigingen wel gaan deelnemen komt er eerst een adviesgesprek. In dit gesprek wordt naar de ambitie van de verenging gevraagd (lokaal, regionaal, nationaal of internationaal). Tevens wordt een inschatting gemaakt van de kans van slagen om deze ambitie te realiseren.

Na het adviesgesprek wordt de jeugdopleiding in een audit getoetst aan het kwaliteitskader voor jeugdopleidingen. In de audit wordt gecheckt of de jeugdopleiding voldoet aan de minimale kwaliteitseisen op een negental onderwerpen.

Zelfevaluatie
Vervolgens vindt er een bezoek aan de vereniging plaats waarin alle kwaliteitseisen besproken worden. Op basis van zelfevaluatie, inclusief documenten en de bevindingen uit het bezoek wordt een rapportage opgemaakt waaruit blijkt op welke niveau de jeugdopleiding zich bevindt.
Na de audit krijgt de vereniging een review aangeboden. Een review biedt verenigingen de kans om samen met een groep experts hun opleidingsprogramma door te lichten en punten te signaleren voor verbetering.
Tot slot worden de bevindingen samengevat en gerapporteerd. Veenbrink: ‘Verenigingen krijgen ook een certificaat. Daarmee kunnen ze iedereen laten zien dat ze het programma succesvol hebben doorlopen. De één plaatst die pontificaal bij de entree, de ander hecht er geen waarde aan. Die wil gewoon een keer de luiken openzetten om de organisatie te verbeteren.’

Geen reacties

Laat een reactie achter

Het e-mail adres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *.

Op de hoogte blijven van ons laatste nieuws?

Elke maand verstuurt de BAV een nieuwsbrief met het allerlaatste nieuws voor voetbalbestuurders. Zo'n 2.200 mensen hebben zich daar al voor ingeschreven. Vul uw gegevens in en ook u ontvangt ons laatste nieuws in uw mailbox.

'Clubs moeten eerder de juridische hulp van de BAV inschakelen'

'In de totstandkoming van de nieuwe structuur van de KNVB speelt de BAV een belangrijke rol'

'Wie doet de ingewikkelde wetgeving binnen uw club? Daar kan de BAV uitkomst in bieden'

'De positie van de BAV in het voetballandschap zal nadrukkelijker zijn dan in het verleden'