Publicaties

Hoe stimuleert de vereniging clubgevoel bij de leden?

Sportverenigingen waar een sterk ‘clubgevoel’ heerst kunnen beter bestand zijn tegen dalende ledenaantallen. Maar wat is clubgevoel eigenlijk en nog belangrijker: hoe kun je het stimuleren? Nanny Kuijsters bestudeerde die vragen in het kader van haar promotieonderzoek voor de Universiteit van Tilburg en Fontys Economische Hogeschool.

Hoe kun je de band van leden met hun club omschrijven?
‘Als ik daar in mijn onderzoek naar vroeg, bleken er drie dimensies te zijn. Ten eerste gaat het om de leden die actief binnen de vereniging zijn: als sporter, met commissiewerk, vrijwilligerswerk of omdat ze veel aanwezig zijn. Ten tweede vonden die leden de club ook relevant. De vereniging neemt voor hen een belangrijke plaats in het leven in. En tot slot hebben die leden een sociaal netwerk binnen de vereniging.’

Nanny Kuijsters.

Welke factoren zijn verantwoordelijk voor een sterk clubgevoel?
‘Het heeft bijvoorbeeld te maken met een psychologische connectie. Mensen zijn tevreden over de club, ook vaak trots. Ze identificeren zich met hun club. Ook de ouderen die niet actief op het veld bezig zijn, maar wel als lid betrokken zijn. Je hoort ook dat leden hun vereniging een ‘mooie club’ vinden, dat de club hen bijvoorbeeld door een sterk eerste elftal goed vertegenwoordigt, of dat ze al generaties lang lid zijn. Maar ook dat leden het gevoel hebben dat ze erbij horen en dat ze gezellige momenten hebben met andere leden.’

U schrijft dat de ‘service’ van de sportvereniging en sociale contacten voor leden belangrijk zijn.
‘Leden willen graag dat er veel aandacht wordt besteed aan trainingen en wedstrijden. Voor prestatieteams is dat logisch, maar vriendenteams hechten daar ook waarde aan. Ook de bekende derde helft speelt een rol. Als het binnen de club té veel om het eerste elftal draait of als leden vrijwilligerswerk als verplichting ervaren, dan werkt dit negatief uit op het clubgevoel. Met de tennisverenigingen gaat het in Nederland niet zo goed, maar er zijn ook tennisclubs waar er wachtlijsten zijn. Als je die leden ondervraagt, hoor je dat het er zo gezellig is, dat er veel feestjes zijn en andere leuke dingen. Op de een of andere manier wordt dat opgemerkt binnen een vereniging en daarbuiten.’

‘Er zijn ontwikkelingen waarbij de sportclub steeds meer een lerende organisatie wordt.’

Communicatie blijkt ook belangrijk te zijn.
‘Leden willen niet het gevoel hebben dat het bestuur op afstand staat en dat er weinig naar hen wordt geluisterd. Ze hebben behoefte aan waardering voor vrijwilligerswerk. Daar zouden besturen ook anders mee kunnen omgaan. Vrijwilligerswerk zou maatwerk kunnen zijn, gericht op de kennis en wensen van de leden. Iemand die nu verplicht achter de bar staat, zou wellicht beter geschikt zijn als leider van een jeugdelftal. In de samenleving wordt steeds meer onderhandeld, dat is bij de sportvereniging ook zo. Niet meer: het bestuur bepaalt en de leden moeten het accepteren. Maar: praten met elkaar, proberen overeenstemming te vinden.’

Dat vergt een andere aanpak van besturen?
‘De afstand tussen bestuur en leden zou zo klein mogelijk moeten zijn, waarbij er veel communicatie en overleg is. In de oude structuren zag je vooral voorzitters die duidelijke leiders met autoriteit waren. Nu vergt die positie meer een persoon die een ‘mensen-mens’ is, die goed met iedereen kan schakelen, kan delegeren en meer tussen de leden staat. Je ziet ook ontwikkelingen dat de sportclub meer een ‘learning community’ wordt. Jonge mensen willen vaardigheden ontwikkelen, voor veel mensen is het vrijwilligerswerk bij de sportvereniging een mooie aanvulling op hun cv. Als zij later in hun carrière een leidinggevende functie ambiëren, kunnen ze met het werk bij de sportclub aantonen dat ze daar al ervaring hebben.’

‘Ik heb gemerkt dat je als vereniging via social media heel goed een clubgevoel bij leden kunt opbouwen. Via social media kun je verbindingen leggen, zeker bij de jongere leden, de zogenoemde ‘digital natives’. Die staan open voor online communicatie, terwijl wij van de besturen weten dat ze het moeilijk vinden om sociale media goed in te zetten.’

Gebruik van sociale media blijkt ook een manier te zijn om het clubgevoel te versterken.
‘Ik heb gemerkt dat je als vereniging via social media heel goed een clubgevoel bij leden kunt opbouwen. Via social media kun je verbindingen leggen, zeker bij de jongere leden, de zogenoemde ‘digital natives’. Die staan open voor online communicatie, terwijl wij van de besturen weten dat ze het moeilijk vinden om sociale media goed in te zetten binnen de vereniging. Het wil overigens niet zeggen dat verenigingen zonder goede social mediastrategie géén clubgevoel bij de leden kunnen opbouwen.’

Ook online gaming is volgens uw onderzoek nog een gebied waar sportverenigingen stappen kunnen maken om clubgevoel te versterken.
‘Dat zou je kunnen inzetten. Spelletjes voor de leden, winacties, stemmen op de beste speler tijdens een wedstrijd van het eerste elftal, een quizvraag waarbij je een gratis biertje kunt winnen. Bij al deze online toepassingen merken we wel dat besturen snel zeggen: moet dat ook nog? Dat snap ik ook wel, er komt al zoveel op hen af. Terwijl de jongere leden juist vermelden dat ze de online communicatie graag zélf willen vormgeven binnen hun sportclub. Die zouden bijvoorbeeld de wedstrijd van het eerste elftal live willen streamen en dan van commentaar voorzien. Voor besturen is het belangrijk om het gesprek over dit onderwerp aan te gaan met die jonge leden.’

Op de hoogte blijven van ons laatste nieuws?

Elke maand verstuurt de BAV een nieuwsbrief met het allerlaatste nieuws voor voetbalbestuurders. Zo'n 1.600 mensen hebben zich daar al voor ingeschreven. Vul uw gegevens in en ook u ontvangt ons laatste nieuws in uw mailbox.

'Clubs moeten eerder de juridische hulp van de BAV inschakelen'

'In de totstandkoming van de nieuwe structuur van de KNVB speelt de BAV een belangrijke rol'

'Wie doet de ingewikkelde wetgeving binnen uw club? Daar kan de BAV uitkomst in bieden'

'De positie van de BAV in het voetballandschap zal nadrukkelijker zijn dan in het verleden'