‘Los het op!’ – oproep aan politiek om sportvereniging niet langer te laten wachten
De kantine van Sportclub Feyenoord zat woensdagavond tot de nok toe vol. Wethouders, bestuurders, jeugdtrainers en talloze anderen die hun hart hebben liggen bij de sportvereniging kwamen samen voor het nationale sportverenigingsdebat, georganiseerd door de BAV en de RVVB. ‘We moeten nu leveren voor de sport, anders zijn we geen knip voor de neus waard.’
Op het podium zaten kandidaat Kamerleden Simone Richardson (VVD), Inge van Dijk (CDA), Mohammed Mohandis (GroenLinks/PvdA), Bastiaan Meijer (SP), Stephan Nijenhuis (D66), Maikel la Rose (ChristenUnie) en Merlien Welzijn (NSC). Al bij de opening klonk er eensgezindheid: niemand twijfelt aan het belang van de sportvereniging. Toch ging het gesprek vooral over de vraag hoe die maatschappelijke waarde beter beschermd en vooral ondersteund kan worden.
‘Wie is er nu tégen de sportvereniging?’
Voorafgaand aan het debat trapte Frank Molkenboer, directeur van de Grote Clubactie, af met een boodschap die bleef hangen. Hij verwachtte juist géén debat maar een gesprek, ‘want wie is er nu tégen de sportvereniging. Los het op!’ Het was een oproep die de toon van de avond bepaalde. Minder regels, meer vertrouwen en duidelijkheid — dat was de wens van vrijwel iedereen. Maar die wens klonk ook twee jaar geleden al. En de problemen waar de sportverenigingen mee kampen zijn dezelfde als destijds, merkte Meijer (SP) op toen hij als voorbereiding het debat terugkeek dat de BAV en RVVB in 2023 organiseerden. ‘De sport heeft twee jaar stilgestaan. Er is zelfs op bezuinigd.’
De roep om een Sportwet
Centraal stond (opnieuw) de discussie over een Sportwet. Waar in het verleden de meningen verdeeld waren, leek er nu voorzichtig een meerderheid vóór te ontstaan. Inge van Dijk (CDA) gaf aan dat haar partij van standpunt is veranderd: ‘En om eerlijk te zijn is dat pure wanhoop. De laatste jaren proberen we alles voor de sportvereniging te regelen zonder wettelijk kader, maar dat lijkt dus niet te lukken. Dan moeten we het maar wettelijk vastleggen, zodat gemeentes niet elke keer maar kunnen bezuinigen op sport.’
De laatste jaren proberen we alles voor de sportvereniging te regelen zonder wettelijk kader, maar dat lijkt dus niet te lukken. Dan moeten we het maar wettelijk vastleggen.
Ook Mohammed Mohandis (GroenLinks/PvdA) sprak zich nadrukkelijk uit voor wetgeving:
‘Het vraagt politieke durf. We hebben ook de Bibliotheekwet. Voordat die kwam, waren er ook talloze argumenten het niet te doen, dezelfde geluiden die we nu horen. Maar het heeft gewerkt. De bibliotheek floreert. Voor sport hebben wij als Rijk op dit moment geen enkel instrument bij te sturen. Een Sportwet lost niet alles op, maar helpt wel.’ De VVD liet weten geen voorstander te zijn van een Sportwet, maar zag wel kansen in betere afspraken.
Uit de zaal: frustratie en oproep tot betrouwbaarheid
Ook vanuit het publiek klonk betrokkenheid — en ongenoegen. Frank van Beuningen, voorzitter van VV Barendrecht, vertelde dat zijn vereniging klaar was voor een grote verbouwing, totdat het Rijk de BOSA-regeling afroomde. ‘Wees een betrouwbare overheid. Wij moeten ons aan de regels houden, jullie ook’, hield hij de politici voor.
‘Wees een betrouwbare overheid. Wij moeten ons aan de regels houden, jullie ook’
Mohandis (GroenLinks/PvdA) ziet in Den Haag langzaam een kentering ontstaan, sport wordt belangrijker. ‘We moeten iedereen bewuster maken van de waarde van de sportvereniging. In de Tweede Kamer merk ik dat het hoger op de agenda komt. Daar moeten we wel aan blijven werken. Ook in mijn eigen fractie moet ik nog steeds benadrukken hoe waardevol die vereniging is. Mensen in de sport, ook uit deze zaal, hebben ons de afgelopen twee jaar bestookt met ideeën. Daar moeten we in het volgende kabinet ook wat van realiseren, anders zijn we geen knip voor de neus waard.’ Richardson (VVD) ziet eenzelfde tendens in de politiek. ‘De lobby vanuit de sport is ook meer op gang gekomen. Dat is heel belangrijk.’
De waarde van sport: meer dan cijfers
Ondanks de kritiek overheerste geen pessimisme. Vanuit CDA, ChristenUnie en NSC werd gewezen op onderzoeken naar de maatschappelijke opbrengst van sport. Die tonen aan dat elke euro die in sport wordt geïnvesteerd, een veelvoud oplevert in gezondheid, welzijn en sociale samenhang. Het bevestigde wat iedereen in de zaal eigenlijk allang wist: de waarde van sport laat zich niet alleen in euro’s vangen.

