Publicaties

Ongeluk buiten cluburen; wie is aansprakelijk?

Stel: het is een rustige zondagmiddag. Het sportpark ligt er verlaten bij; de teams hebben hun wedstrijden gespeeld en de kantine is dicht. Een buurtbewoner ziet het hek openstaan en besluit met zijn kinderen een balletje te trappen op het veld. Een van hen struikelt, verstuikt een enkel of loopt zelfs een serieuzere blessure op. De vraag die dan al snel opkomt: is de vereniging aansprakelijk? Jurriën Hemstede van Brantjes Advocaten legt uit.

Voor veel vrijwilligersbesturen is dit een spannende kwestie. Het idee dat je als club verantwoordelijk gehouden kan worden voor ongelukken, ook buiten de reguliere activiteiten, kan onzekerheid oproepen. Toch is de lijn in het recht redelijk helder: verantwoordelijkheid hangt samen met zeggenschap en zorgplicht.

Zorgplicht en aansprakelijkheid in het Burgerlijk Wetboek

De belangrijkste basis staat in artikel 6:162 BW – de onrechtmatige daad. Iemand die een gevaarlijke situatie laat voortbestaan, kan aansprakelijk zijn voor schade die daaruit ontstaat. Voor verenigingen betekent dit dat zij moeten zorgen voor een sportpark dat niet onnodig gevaar oplevert.

Daarnaast is er artikel 6:174 BW over de aansprakelijkheid van de bezitter van een opstal. Een sportpark (met gebouwen, tribunes, lichtmasten, doelen etc.) valt hieronder. Als een doel omwaait of een tegel losligt en iemand daardoor letsel oploopt, kan de vereniging als “bezitter van de opstal” aansprakelijk worden gesteld. Belangrijk: dit geldt ook buiten openingstijden.

Toch wordt in de rechtspraak steeds gekeken naar de omstandigheden van het geval. Artikel 6:101 BW (eigen schuld) kan de schadevergoedingsplicht verminderen wanneer iemand zélf onvoorzichtig is geweest. Iemand die zonder toestemming een terrein betreedt en daar een ongeluk krijgt, draagt een deel van de verantwoordelijkheid.

Praktische vertaalslag

Kort gezegd: tijdens trainingen, wedstrijden en evenementen draagt de vereniging de primaire verantwoordelijkheid voor de veiligheid van haar leden en bezoekers. Buiten die tijden kan de club nog steeds aansprakelijk zijn bij gebreken aan opstallen of onveilige situaties die bekend waren of eenvoudig verholpen hadden kunnen worden.

Wat kun je als bestuur doen?

  • Zorg voor basale veiligheid: onderhoud velden, doelen en gebouwen zodat er geen onnodige risico’s zijn (denk aan het verankeren van doelen – dat is zelfs een bekende rechtspraakkwestie).
  • Maak beleid rond toegankelijkheid: bepaal bewust of het sportpark open of afgesloten is buiten gebruik.
  • Communiceer duidelijk: bordjes met “verboden toegang buiten clubtijden” of “betreden op eigen risico” helpen om eigen verantwoordelijkheid bij de bezoeker te leggen.
  • Controleer verzekeringen: vaak heeft de sportbond of gemeente een collectieve aansprakelijkheidsverzekering die dit soort situaties dekt.

De balans

De kern is dus: verantwoordelijkheid reikt zover als redelijk is. Een vereniging is geen oppas voor alles wat op haar terrein gebeurt, maar kan ook niet wegkijken van gevaarlijke situaties die eenvoudig te voorkomen zijn. De wet legt een zorgplicht bij de club, maar ook een eigen verantwoordelijkheid bij de bezoeker.

Op de hoogte blijven van ons laatste nieuws?

Elke maand verstuurt de BAV een nieuwsbrief met het allerlaatste nieuws voor voetbalbestuurders. Zo'n 1.800 mensen hebben zich daar al voor ingeschreven. Vul uw gegevens in en ook u ontvangt ons laatste nieuws in uw mailbox.

'Wie doet de ingewikkelde wetgeving binnen uw club? Daar kan de BAV uitkomst in bieden'

'Clubs moeten eerder de juridische hulp van de BAV inschakelen'

'De positie van de BAV in het voetballandschap zal nadrukkelijker zijn dan in het verleden'

'In de totstandkoming van de nieuwe structuur van de KNVB speelt de BAV een belangrijke rol'